“Het pootgoed staat klaar en we kunnen meteen aan de slag”

Joris van Geel van akkerbouwbedrijf Reevliet in Lage Zwaluwe wil zeker weten dat z’n pootgoed klaar staat op het moment dat hij het land op kan. Hij laat het in februari komen en bewaart het in de koelcel van de knolselderij. “We houden zo het heft in eigen handen.”

“Als je je pootgoed in het plantseizoen op afroep laat komen, weet je meestal zeker dat je niet de enige bent en moet je maar afwachten of je het op tijd krijgt. Dat is de belangrijkste reden dat wij het vroeg laten komen en het zelf een poosje bewaren. We zijn zo heel flexibel en kunnen aan de slag zodra de omstandigheden het toelaten.”  Joris van Geel hoeft niet lang na te denken over de belangrijkste reden waarom het pootgoed vaak al in februari op het erf van akkerbouwbedrijf Reevliet arriveert. “Je moet het pootgoed dan natuurlijk wel in goede conditie kunnen houden en wij hebben daar gelukkig de faciliteiten voor.”

Poters in mechanische koeling

Maatschap van Geel, met daarin Joris en zijn broer en ouders als maten, investeerde in 2019 in een nieuwe loods met mechanische koeling voor de knolselderij. Vanaf dat moment wordt het pootgoed na ontvangst opgeslagen in de voorruimte van de knolselderijloods. Joris: “Daar hebben we eigenlijk altijd wel plek. Het pootgoed staat dan in kisten op een roostervloer bij ongeveer 2 graden. Dat is aan de koele kant maar wij hebben daar geen slechte ervaringen mee.” Het is sindsdien slechts één keer gebeurd dat het pootgoed niet werd opgeslagen in de koelcel. “Dat was een jaar of 4 geleden”, herinnert Joris zich. “Het pootgoed kwam toen te laat. Dat was voor ons reden om de afspraken met de leverancier een beetje aan te scherpen.”

Knollen tellen

Behalve de slagvaardigheid ziet van Geel nog een paar voordelen van vroege ontvangst. “Je weet op tijd wat je hebt en je hebt genoeg tijd om te reclameren als dat nodig is. Dat is bij ons gelukkig nog nooit gebeurd. Wij gebruiken de periode van de eigen opslag ook om uit een paar kisten een flinke hoeveelheid knollen te tellen en te wegen. Dan kun je, als dat nodig is, nog een beetje spelen met de plantafstand en vergroot je de kans dat je goed uitkomt met je pootgoed.”

Als de periode van het planten nadert, verplaatst van Geel de kisten met pootgoed naar een droogwand. Die maakt deel uit van de was- en sorteerruimte voor de zoete aardappelen, een specialistische teelt die sinds een aantal jaar eenvijfde deel van het bouwplan inneemt. Binnen 2 a 3 dagen heeft hij het pootgoed dan op 12 tot 15 graden. De kiemen zijn dan nog niet los maar de knollen zijn wel geactiveerd, weet van Geel uit ervaring. “Dat opwarmen doen we meestal in porties die passen bij ons planttempo. Zo houden we tot het laatste moment de omstandigheden onder controle. Het pootgoed is immers duur genoeg om er goed voor te zorgen.”